Regiobijeenkomst Zuid-Holland

Afgelopen 27 juni vond de regiobijeenkomst van Zuid-Holland plaats in Dordrecht bij de spiksplinternieuwe speelotheek Pip&Zo. Hier kwamen enkele speelotheekmedewerkers om elkaar te ontmoeten, te praten over de speelotheek en te leren door middel van een workshop. Het was een zeer geslaagde avond. Bedankt Bianca Pipping voor de organisatie van deze bijeenkomst!

Het belang van vrij spelen voor kinderen

Het grootste deel van de avond spreken we met Janna Koussios-van der Honing, pedagoog en speltherapeut, over vrij spelen. Het blijkt voor veel ouders moeilijk om hun kinderen vrij te laten spelen. ‘Spelen is een spel op zich, spelen is vrijwillig, kinderen zijn actief met iets bezig, kinderen hebben de vrijheid van handelen, aan het spel zit geen begin maar ook geen eind en er is een afwisseling van spanning.’ 

In vrij spelen stuurt het kind de gang van zaken. Het kind initieert zelf wat er gebeurt, wat de regels zijn, wanneer het begint of eindigt zonder de inbreng van anderen. ‘Het is gebleken dat als kinderen niet vrij mogen spelen zij stoppen met spelen. Dit noemen we spelbreuk. Vrij spelen is dus heel belangrijk’, zegt Janna. Voorbeelden van vrij spelen zijn onder andere verbeeldend spelen, constructiespel of een rollenspel.

Janna vertelt dat uit onderzoeken is gebleken dat vrij spelen invloed heeft op verschillende gebieden van de ontwikkeling van een kind. Een kind leert ontdekken, merkt welk gedrag gepast of ongepast is, leert samen met anderen te spelen, kan zijn of haar ervaringen verwerken, leert emoties te uiten en ontwikkelt de motoriek door bijvoorbeeld te vallen. Daarnaast doet het zelfvertrouwen op en leert het zichzelf te beschermen, maar kan vrij spelen ook een gevoel van vrijheid geven. 

Janna geeft workshops over vrij spelen aan ouders. Welke tips geeft zij hen om het gemakkelijker te maken kinderen vrij te laten in hun spel? Ten eerste zijn er voorwaarden geschept om vrij spelen te stimuleren, dus het bieden van tijd om te spelen, kinderen mógen spelen en er is de ruimte om te spelen. Ten tweede moet je soepel omgaan met de rommel. Ten derde laat je de kinderen zelf spelen. Dit betekent dat je je er niet mee bemoeit. En ten vierde is er spelmateriaal aanwezig zijn om mee te kunnen spelen. Komt het spel nou niet op gang? Geef fantasievolle prikkels, zoals het stellen van vragen als ‘wat gebeurde er?’ of ‘wie waren er bij?’.

Vervolgens beeldden we in groepjes verschillende spelsituaties uit om directief en volgend spelen te herkennen. Twee personen zijn kind en ouder en spelen de gegeven situatie, terwijl de anderen observeren wat zij zien. Ook gaan we aan de hand van stellingen ‘over de streep’ en in discussie. Zouden ouders hun kinderen vrijer moeten laten spelen? Is er ruimte in de speelotheek voor vrij spel? Janna vraagt ons tot slot om na te denken of wij vrij spel belangrijk vinden, hoe we vrij spel aanbieden in de speelotheek of hoe we dat beter zouden kunnen doen. Bedenk zelf ook eens hoe dat voor jullie speelotheek is